Lucia Fransen (1954): ‘Ik woon en werk in Amersfoort. Mijn keramische architectonische objecten zijn monumentaal, aards en sober.

Inspiratiebronnen vind ik in architectuur uit verschillende culturen. Ik kies daar elementen uit die ik op eigen wijze opnieuw samenvoeg, vervorm of uitvergroot.
 Er ontstaan nieuwe beelden, zoals torens, muren, bakens en huizen, die vaak een symbolische waarde krijgen en geen miniaturen van de werkelijkheid blijken te zijn.
 De stramienen laten geschakelde kruisvormen zien, waarbij de binnenruimtes van belang zijn. Belangrijk voor mij is, dat het werk een vrijheid in beleving biedt.

‘Een object is af als de toeschouw er zelf nog iets aan het beeld kan toevoegen’

Kenmerkend voor mijn werk is de textuur, die mijn voorkeur voor verweringsprocessen zichtbaar maakt. De contouren van mijn objecten laten altijd een schuine lijn zien.
 Ik werk met verschillende kleisoorten, zelf samengestelde engobes, sinter-engobes en glazuren.

‘Ik gebruik weinig glazuur, zodat de klei kan blijven ademen’

In de zomermaanden maak ik inspiratie-wandelingen. Terug in mijn atelier ontstaan dan de ‘landschapsimpressies’. Deze zijn een vertaling in klei van de indrukken die zijn achtergebleven. Dit is een intensief en intuïtief proces. Het geeft me, naast mijn architectonische werk, veel vrijheid.

In samenspraak met nabestaanden vervaardig ik urn-objecten.’

‘Een laatste huis’

 

www.luciafransen.nl